De vurige geschiedenis van de Sint-Niklaaskerk in Westkapelle

onder Raakvlak
De vurige geschiedenis van de Sint-Niklaaskerk in Westkapelle
Het altaar van de Sint-Niklaaskerk (foto Ruben Willaert)
Deel dit bericht...Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

De 800-jarige geschiedenis van de kerk van Westkapelle

Binnenkort is het 5 jaar geleden dat de Sint-Niklaaskerk in Westkapelle na een hevig brand aanzienlijk beschadigd raakt. In de loop van haar circa 800-jarig bestaan heeft de kerk al voor veel hete vuren gestaan. Omdat Raakvlak de restauratiewerken begeleidt, zetten we een aantal gebeurtenissen op een rijtje.

Westkapelle wordt in 1235 erkend als onafhankelijke parochie. De twee voorgaande eeuwen is het dorp als hulpparochie van Oostkerke enkel voorzien van een kapel. Het dorp groeit en bloeit en heeft nood aan een eigen kerk. De huidige Sint-Niklaaskerk is in essentie een gotische kerk uit de 13de eeuw.

De dreiging vanuit zee

Na enkele voorspoedige eeuwen volgen in het begin van de 15de eeuw enkele bewogen jaren voor de Westkapellenaren: in 1404 vindt de zogenaamde ‘Elisabethsvloed’ plaats, een superstorm die dermate krachtig is dat dijken doorbreken en zout water de vruchtbare akkers overspoelt. Niet enkel de natuur, maar ook het gewijzigde geopolitieke landschap heeft een impact op het dorp en de kerk. Vlaanderen wordt meegesleurd in de  100-jarige Oorlog, waarbij de Engelsen aanspraak maken op de Franse troon. In het voorjaar van 1405 voeren Engelse oorlogsschepen het Zwin binnen en zetten manschappen op de oevers af.  Nadat hun poging om Sluis te veroveren mislukt, hebben de soldaten hun woede gekoeld op de omliggende dorpen. Op 25 mei 1405 verwoest een hevige brand de dorpskom en de kerk van Westkapelle.

De zeeslag bij Sluis

In historische bronnen lezen we:

“De thor van Waescapelle was verberrent bi den Inghelschen te Meye int iaer 1400 ende 5, an de welke de vreimde, tlant van Vlaenderen besoukende van oostwaers bi der zee, hare kennesse namen van ancommene van der voorseiden lande “

De torenspits heeft een belangrijke functie: het dient als richtpunt voor de schepen die het Zwin binnenvaren.  Om een negatief effect op de handel te vermijden, maken de  Vier Leden van Vlaanderen (Brugge, Gent, Ieper en het Brugse Vrije) snel een budget vrij voor de heropbouw.  De gerestaureerde kerk wordt in 1413 in gebruik genomen.

De 80-jarige oorlog: Westkapelle in de frontlinie

De rustperiode is helaas van korte duur. Het uitbreken van de 80-jarige oorlog (1568-1648) tussen de protestantse Noordelijke Nederlanden en het katholieke Spaanse gezag heeft een enorme impact op de Zwinstreek. Tijdens deze oorlog ligt Westkapelle middenin het frontgebied. Het leven in en nabij het dorp moet ongetwijfeld hard geweest zijn. Enerzijds worden bijkomende oorlogstaksen opgelegd, de zogenaamde ‘schattingen’, anderzijds heeft de constante aanwezigheid van soldaten (die een slaapplaats kunnen opeisen, alsook eten en drinken voor zichzelf en hun paard) een grote impact op het dagelijkse leven. In de archieven zijn veel vragen van boeren terug te vinden, die de kwijtschelding van een pacht proberen te bedingen.

De Zwinstreek anno 1501

De kerk deelt logischerwijs in de klappen. De kerkrekeningen uit de jaren 1625 tot 1634, staan vol met bedragen die betaald zijn voor reparaties: reparatie van het kapotgeschoten dak van de kerk en torenspits, het herbouwen van de kerkhofmuur, maar ook voor de aankoop van spullen zoals een nieuw hoogaltaar, allemaal in de toen gangbare barokstijl.

In 1675, enkele decennia na het einde van de vijandigheden, brandt de torenspits af door een blikseminslag. De toren wordt niet heropgebouwd wegens beperkte financiële middelen.

De relatieve rust na de Franse revolutie

In de jaren 1790, tijdens de Franse Revolutie, wordt de kerk zoals veel religieuze gebouwen geconfisqueerd. De kerk wordt verzegeld en een groot deel van de inboedel wordt verkocht. De toenmalige pastoor van Westkapelle, De Neve, weigert trouw te zweren aan de Franse republiek, wat resulteert in een deportatie naar Frans Guyana. De kerk kan pas opnieuw open voor de erediensten in 1802.  De kerk wordt in de daarop volgende jaren opgeknapt. In historische bronnen is sprake van het reinigen en schilderen alsook van de aankoop van een nieuw orgel.

In het begin van de 20ste eeuw is de kerk, wegens de gestage bevolkingsaangroei in Westkapelle, te klein geworden. In de woorden van de toenmalige pastoor “dat de huidige kerk ontoereikend is, opdat de parochianen op eene behoorlyke wyze de goddelijke diensten zouden kunnen bywonen, en dat er groote noodzakelykheid bestaat de kerk te vergrooten, en dat zy daarenboven groote herstellingen vergt”.

Architect Alfons Depauw ontwerpt de aangepaste kerk, waarbij in essentie de drie bestaande beuken westwaarts doorgetrokken worden. Het geheel wordt opnieuw bekroond met een torenspits. Alle barokelementen worden hierbij weggenomen en vervangen door een neogotische aankleding. De broers Karel en Jules Serreyn, aannemers uit de streek, voeren de werken uit. In 1909 wordt de vernieuwde Sint-Niklaaskerk gewijd door de bisschop en in dienst genomen.

Wie meer wil lezen over de geschiedenis van Knokke-Heist, raden we volgende leesvoer aan:

Fons Theerens, http://www.zwinstreek.eu/geschiedenis/knokke-heist/27-geschiedenis-knokke-heist/108-militaire-geschiedenis-2