Voorlopige resultaten van georadarscan Sint-Jansplein, Brugge

onder stadsarcheologie
Voorlopige resultaten van georadarscan Sint-Jansplein, Brugge
Deel dit bericht...Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Begin maart voerden archeologen van Raakvlak (Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst -IOED- van Brugge en Ommeland) naar aanleiding van een vondstmelding van schepen voor cultuur Nico Blontrock een kleine opgraving uit op het Sint-Jansplein (zie eerdere persberichten). De archeologen vonden daarbij muurresten van de voormalige middeleeuwse Sint-Janskerk en de latere Sint-Janskapel, alsook verschillende restanten van bouwelementen (funderingen, ornamenten en andere voorwerpen).

Nico Blontrock, schepen voor cultuur: “Non-destructieve prospectietechnieken spelen een belangrijke rol in de archeologie. Ze laten toe opgravingen beter te plannen of informatie te verkrijgen over de ondergrond wanneer niet tot opgravingen kan worden overgegaan. Dergelijke non-invasieve technieken zijn overigens altijd te prefereren boven opgravingen. Ze houden de site maximaal intact. Slechts wanneer het echt niet anders kan worden opgravingen opgezet.”

Op 16 en 17 september 2020 kreeg het primaire archeologisch onderzoek op het Sint-Jansplein een vervolg onder de vorm van een geofysische prospectie. Deze prospectie werd onder leiding van dr. Lieven Verdonck uitgevoerd door de Universiteit Gent, vakgroep Archeologie door middel van georadar (GPR),. Dit geofysisch onderzoek was een primeur in de Brugse straten. Ondertussen werden de resultaten van dit onderzoek bezorgd aan de archeologen van Raakvlak.

Figuur 1. Dr. Lieven Verdonck aan de slag met de GPR op het Sint-Jansplein, Brugge

Brugge onderzoeken aan de hand van nieuwe technieken

GPR is een geofysische non-destructieve onderzoeksmethode. Voorbeelden van non-destructieve prospectie zijn luchtfotografie, veldprospectie en geofysische prospectie. Sinds enkele decennia is het gebruik van geofysische technieken sterk toegenomen. De belangrijkste geofysische methoden die in de archeologie worden gebruikt zijn magnetometrie, elektrische weerstandsmetingen, elektromagnetische inductie en georadarprospectie.

Dr. Lieven Verdonck: “Bij prospectie met georadar (GPR) worden radargolven in de bodem gestuurd. Wanneer deze stoten op een overgang tussen twee lagen of structuren met verschillende fysische eigenschappen, wordt een deel van de energie teruggekaatst. Een ander deel vervolgt zijn weg dieper in de bodem en kan teruggekaatst worden door een dieperliggende overgang.”.

Pascal Ennaert, voorzitter van Raakvlak: “Eén van de ambities van Raakvlak, is het inzetten van de meest recente technologieën en wetenschappelijke technieken om ons verleden zichtbaar te maken. Zo werd recent nog een drone aangekocht om archeologische sites beter in kaart te brengen en te documenteren. Het inzetten van de georadar op het Sint-Jansplein is in dit perspectief een logische keuze in de hoop om min of meer precies de contouren en funderingen van de verdwenen Sint-Janskerk te achterhalen zonder een schop in de grond te moeten steken.”

Het doel

Het onderzoek met behulp van georadar op het Sint-Jansplein had twee doelen:

  • Enerzijds wilden de archeologen informatie verzamelen over de ondergrond van het Sint-Jansplein, in het bijzonder over de aanwezigheid en de aard van de resten toebehorend aan gebouwen met religieuze functie: de 12de-eeuwse romaanse kerk, de 15de-eeuwse laatgotische kerk en de 17de-eeuwse kapel.
  • Anderzijds wilden de archeologen de inzetbaarheid van de georadar aftoetsen voor een site als het Sint-Jansplein en bij uitbreiding het hele historische centrum van Brugge. Op die manier hoopten we zicht te krijgen op het dieptebereik en de mate van signaalverlies van de radargolven in een stedelijke bodem.

De resultaten

Een blik op de interpretatiekaart toont een kluwen van mogelijke archeologische structuren. Op het eerste zicht is het moeilijk om er een duidelijke kerk- of kapelplattegrond in te zien. Toch kunnen de archeologen enkele hypotheses naar voor schuiven, rekening houdende met enkele logische parameters zoals de diepte waarop een structuur zich bevindt of de oriëntatie t.o.v. gekende ondergrondse structuren of de bovengrondse bebouwing.

Ten noorden van het middenplein zijn enkele structuren haaks op en in het verlengde van eerder gevonden muurresten (in de jaren ’90) af te lezen. Vermoedelijk houden deze verband met de kapel of de kerk. Ook enkele meer massieve structuren ten westen van het middenplein, die tot grote diepte in de radargegevens te zien is, vallen op. Zitten we hier met misschien met de funderingsrestanten van de westtoren van de Sint-Janskerk, zoals te zien op de kaart van Marcus Gerards?

Ten oosten van het middenplein ligt een veelheid aan structuren, min of meer parallel aan de huidige bebouwing. Eén hypothese is dat we te maken hebben met bebouwing die dateert van voor de rooilijnwijziging. Of zijn het misschien middeleeuwse straatkelders, zoals bij het hoekpand te Sint-Jansplein 12? Of gaat het om grafkelders, die in de middeleeuwen dikwijls voorzien waren van fresco’s? Verder onderzoek kan dit uitwijzen.

Frederik Roelens, stadsarcheoloog: “Hoewel een groot aantal sporen zichtbaar is in de grondradargegevens, kunnen we maar voor enkele daarvan met grote waarschijnlijkheid een duidelijke archeologische interpretatie naar voren schuiven. Dit houdt verband met de moeilijkheid archeologische sporen zoals muren of funderingen te herkennen of te onderscheiden in een bodem met veel recente structuren (bv. nutsleidingen) of verstoringen. De resultaten geven misschien niet het verhoopte eenduidige beeld, maar ze bieden stof tot nadenken en tonen ondubbelzinnig aan dat de Brugse ondergrond nog volop sporen bevat van meer dan 1000 jaar bewoning. We moeten blijven zorg dragen voor deze archeologische rijkdom.”

Figuur 3. Een van de depth slices uit het onderzoek met GPR

Figuur 4. Overzichtsplan van de gevonden sporen d.m.v. GPR

Het vervolg

Nico Blontrock, schepen van Cultuur voor Brugge: “Het is fascinerend om te zien hoeveel we kunnen achterhalen dankzij het gebruik van een georadar. Toch zitten we nog met enkele hypotheses en pistes die verder onderzocht kunnen worden om de geschiedenis van het plein preciezer te achterhalen. Het onderzoek naar de verdwenen Sint-Janskerk is hiermee nog niet afgesloten. In de nabije toekomst zal Raakvlak een paar testputten graven op het Sint-Jansplein om de hypotheses op basis van de scans te toetsen aan de realiteit. Hopelijk krijgen we zo een duidelijker zicht op wat er nog precies is bewaard in de ondergrond.”

Frederik Roelens, stadsarcheoloog: “Het inzetten van de georadar in samenwerking met Universiteit Gent heeft duidelijk zijn nut. Als volgende project zouden we deze techniek willen inzetten op de terreinen van de abdij van Ter Doest in Lissewege.”